Syodon

Syodon is een geslacht van uitgestorven dinocephalische therapsiden dat ongeveer 267-260 miljoen jaar geleden leefde tijdens het Midden-Perm van het Paleozoïcum. Aanvankelijk werd aangenomen dat deze therapsiden uit Rusland echte zoogdieren waren.
| Syodon Status: Uitgestorven Fossiel voorkomen: Midden-Perm | |||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||
| |||||||||||||||
| Geslacht | |||||||||||||||
| Syodon Kutorga, 1838 | |||||||||||||||
| Typesoort | |||||||||||||||
| Syodon biarmicum | |||||||||||||||
| Afbeeldingen op | |||||||||||||||
| Syodon op | |||||||||||||||
| |||||||||||||||
Syodon[1][2] is een geslacht van uitgestorven dinocephalische therapsiden dat ongeveer 267-260 miljoen jaar geleden leefde tijdens het Midden-Perm van het Paleozoïcum. Aanvankelijk werd aangenomen dat deze therapsiden uit Rusland echte zoogdieren waren.
Naamgeving
[bewerken | brontekst bewerken]Syodon werd benoemd door Stephan Kutorga in 1838. De fossielen van deze synapsiden werden ontdekt in de regio van de provincie Molotov in Rusland in kalksteenlagen met een hoog kopergehalte. Wetenschappers zijn echter van mening dat deze organismen waarschijnlijk afkomstig zijn van hogere rotslagen vanwege toegenomen specialisaties in hun morfologie.
Het holotype is LGU/ChMP 140/1, een caniniforme tand.
In 1958 werd Cliorhizodon efremovi Orlov, 1940, hernoemd tot een Syodon efremovi. Het holotype is PIN 157/2.
Etymologie
[bewerken | brontekst bewerken]De naam Syodon is afgeleid van het Grieks en betekent 'varkenstand'. Deze naam is waarschijnlijk afgeleid van de uitstekende hoektanden die lijken op de onderste hoektanden van een wild zwijn. De soortaanduiding verwijst naar Bjarmaland.
Eetpatroon
[bewerken | brontekst bewerken]Syodon is een vleeseter, die zich waarschijnlijk voedde met kleine prooien. Hij mist de verbreding van supraorbitale botten over de oogkassen, die zouden fungeren als een 'stress-sink' bij bepaalde hypercarnivore soorten als de thalattosuchide Dakosaurus. Deze verdikte supraorbitale gebieden die ook bij grote theropoden worden aangetroffen, zouden de schedelspanning hebben verlicht die werd opgewekt bij het bijten van grote prooien. Aangezien deze aanpassing niet wordt gevonden bij Syodon, wordt aangenomen dat hij zich beperkte tot kleine prooien die hij gemakkelijk kon opslokken met zijn beperkte kaakstructuur.
Paleobiologie
[bewerken | brontekst bewerken]Syodon wordt gekenmerkt door het bezit van bolvormige achterste tanden met significante slijtagefacetten bij volwassenen, terwijl juvenielen daar bladvormige kronen hadden. De haakvormige gebogen 'hoektand' van Syodon is zeer karakteristiek. Syodon heeft ook een set kleinere, vervangende tanden verschoven ten opzichte van de hoofdtandenrij op het verhemelte.

De snuit van Syodon is relatief lang smal in vergelijking met de rest van het lichaam. De snuit omvat ongeveer een kwart van de lengte van de schedel. Deze synapsiden bereikten een lengte van 120 centimeter.
- ↑ Syodon. www.prehistoric-wildlife.com. Geraadpleegd op 01-02-2023.
- ↑ Fossilworks: Syodon. www.fossilworks.org. Geraadpleegd op 01-02-2023.
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Syodon op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.