Segorbe
Segorbe (Valenciaans: Sogorb) is een gemeente in de Spaanse provincie Castellón in de regio Valencia met een oppervlakte van 106 km². Segorbe telt 9.005 inwoners (1 januari 2016). Het is de hoofdplaats van de comarca Alto Palancia. Het is ook de zetel van het bisdom Segorbe-Castellón. Segorbe is een oud, ommuurd stadje met een kathedraal, verscheidene bezienswaardige kerken en een middeleeuws stadsbeeld.
| Gemeente in Spanje | |||
|---|---|---|---|
| Situering | |||
| Autonome regio | Valencia | ||
| Provincie | Castellón | ||
| Coördinaten | 39° 51′ NB, 0° 29′ WL | ||
| Algemeen | |||
| Oppervlakte | 106,20 km² | ||
| Inwoners (1 januari 2016) |
9.005 (85 inw./km²) | ||
| Overig | |||
| Provincie- en gemeentecode |
12.104 | ||
| Website | http://www.segorbe.es/ | ||
| Detailkaart | |||
| Locatie in Valencia regio | |||
| Foto('s) | |||
| |||
Segorbe (Valenciaans: Sogorb) is een gemeente in de Spaanse provincie Castellón in de regio Valencia met een oppervlakte van 106 km². Segorbe telt 9.005 inwoners (1 januari 2016). Het is de hoofdplaats van de comarca Alto Palancia. Het is ook de zetel van het bisdom Segorbe-Castellón.
Segorbe is een oud, ommuurd stadje met een kathedraal, verscheidene bezienswaardige kerken en een middeleeuws stadsbeeld.
Geschiedenis
[bewerken | brontekst bewerken]De plaats is ontstaan op een heuvel, de Cerro de Sopeña, boven de Palancia. De plaats was strategisch gelegen op de route tussen de kust en het hoogland van Teruel en was bovendien goed te verdedigen. De plaats is dan ook al onafgebroken bewoond sinds de bronstijd.
Het was eerst een stad van de Iberiërs en vervolgens van de Keltiberiërs. Zij noemden de plaats Segobriga. Deze naam bleef in gebruik onder de Romeinen. De plaats lag op de Romeinse weg die Saguntum aan de kust verbond met Bílbilis (Calatayud) in het binnenland. Tijdens deze bloeitijd verliet de bevolking de veiligheid van de heuvel en vestigde zich ook in de vallei van de Palancia.
Onder de Visigoten werd Segorbe een bisschopszetel. Alvast in 546 maar mogelijk reeds eerder was er een bisschop van Segorbe. Na de islamitische verovering van de streek werd Segorbe een plattelandsstadje rond het kasteel op de Cerro de Sopeña. Al voor de elfde eeuw kreeg Segorbe een stadsmuur van bijna een kilometer. De stad was in de elfde eeuw kort de hoofdplaats van de taifa Segorbe. Via Abu Zayt, de gouverneur van Valencia van de Almohaden, die zich bekeerde tot het christendom en een vazal werd van de koning van Aragón, kwam Segorbe in de eerste helft van de dertiende eeuw onder de kroon van Aragón. De Cortes van Aragón kwam verschillende keren bijeen in Segorbe. Koning Peter IV van Aragón liet de stadsmuur versterken en vergroten in de veertiende eeuw.
In de vijftiende eeuw werd Segorbe een hertogdom met Enrique de Aragón y Pimentel als eerste hertog. Hij liet het kasteel van Segorbe uitbreiden en verfraaien. In de zestiende eeuw liet hertog Alfonso de Aragón y Sicilia een nieuw paleis bouwen in het centrum van de stad, aan de Plaza del Agua Limpia. Segorbe bleef in de volgende eeuwen een belangrijke stad. Er volgde een stagnatie in de negentiende eeuw. In 1816 verloor Segorbe haar status als provinciehoofdstad. Er waren pogingen om de textielindustrie te ontwikkelen in Segorbe, maar dit draaide op niets uit.[1] Tijdens de Tweede Carlistenoorlog, tussen 1875 en 1876 werd een modern fort, het Fuerte de La Estrella, gebouwd op de plaats van het oude kasteel van Segorbe, dat in de achttiende eeuw was afgebroken.[2]
Demografische ontwikkeling
[bewerken | brontekst bewerken]
- Bron: INE; 1857-2011: volkstellingen
- Opm.: In 1857 werd de gemeente Peñalba aangehecht; in 1877 werd Villatorcas aangehecht
Bezienswaardigheden
[bewerken | brontekst bewerken]Erfgoed
[bewerken | brontekst bewerken]De kathedrale basiliek werd gebouwd op de plaats van een voormalige moskee. De oorspronkelijk gotische kathedraal werd in de loop van de volgende eeuwen uitgebreid. Tussen 1791 en 1795 vond er een grote renovatie plaats waarbij bouwmateriaal van het afgebroken kasteel van Segorbe werd gebruikt. Naast de kathedraal bevindt zich een klooster uit de dertiende en veertiende eeuw.[3]
Het Fuerte de La Estrella ligt op de top van de Cerro de Sopeña, het hoogste punt van de stad. Van de stadsmuur zijn verschillende delen bewaard gebleven, onder andere de Portal de Teruel, een stadspoort, met ernaast de Torre de la Cárcel, de 21 meter hoge gevangenistoren uit de veertiende eeuw, en de La Torre del Verdugo of Botxi, de 18 meter hoge 'beulstoren', eveneens uit de veertiende eeuw. Het viaduct werd gebouwd in de elfde en twaalfde eeuw onder islamitische heerschappij en herbouwd in de veertiende eeuw.
Het stadhuis is gevestigd in het voormalig paleis van de hertogen van Segorbe, dat in 1864 werd aangekocht door de gemeente. Van het oude paleis zijn elementen van mudejarstijl bewaard gebleven.[2]
Folklore
[bewerken | brontekst bewerken]In Segorbe vindt jaarlijks in september de semana de Toros plaats die een tweehonderdduizend bezoekers aantrekt. De entrada de toros y caballos, een stierenren ten koste van zes vechtstieren, is een uit oogpunt van dierenwelzijn uiterst omstreden hoogtepunt hiervan.
Musea
[bewerken | brontekst bewerken]- Museo Municipal de Arqueología y Etnología, een archeologie en streekmuseum, gevestigd in een voormalige kazerne uit 1792;
- Museo Catedralicio, museum voor religieuze kunst bij de kathedraal.[4]
Afbeeldingen
[bewerken | brontekst bewerken]-
De toren Botxi en het aquaduct
-
De kathedraal
-
Kloostergang van de kathedraal
-
St. Maartenskerk (Iglesia de San Martín)
-
De oude stadsmuur
-
Voormalig hertogelijk paleis, thans gemeentehuis
Geboren
[bewerken | brontekst bewerken]- Julio Cervera Baviera (1854-1927), ingenieur
- Carlos Pau y Español (1857-1937), botanicus
- ↑ (es) Historia. Segorbe Turismo. Geraadpleegd op 24 maart 2026.
- ↑ a b (es) Monumentos. Segorbe Turismo. Geraadpleegd op 24 maart 2026.
- ↑ (es) Patrimonio religioso. Segorbe Turismo. Geraadpleegd op 24 maart 2026.
- ↑ (es) Museos y centros de interpretación. Segorbe Turismo. Geraadpleegd op 24 maart 2026.