Euglenophyceae
Euglenophyceae (ICNafp, voorgesteld als een klasse) of Euglenea (ICZN, eveneens voorgesteld als een klasse) is een rangloze clade van eencellige algen die behoren tot het fylum Euglenozoa. Ze bezitten chloroplasten die zijn ontstaan door de secundaire endosymbiose van een groenwier. Ze worden ook wel 'groene eugleniden' genoemd. Ze onderscheiden zich van andere algen doordat ze hun koolstofassimilaten opslaan in een zetmeelachtig polysacharide genaamd paramylon. De chloroplasten worden omgeven door drie membranen. De meeste soorten hebben flagellen waarmee ze zich voortbewegen. Naast chloroplasten hebben de meeste ook een oogvlek (eyespot).
| Euglenophyceae | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Euglena viridis, door Ehrenberg | |||||||
| Taxonomische indeling | |||||||
| |||||||
| Clade | |||||||
| Euglenophyceae Schoenichen, 1925 | |||||||
| Afbeeldingen op | |||||||
| Euglenophyceae op | |||||||
| (en) World Register of Marine Species | |||||||
| |||||||
Euglenophyceae (ICNafp, voorgesteld als een klasse) of Euglenea (ICZN, eveneens voorgesteld als een klasse) is een rangloze clade van eencellige algen die behoren tot het fylum Euglenozoa. Ze bezitten chloroplasten die zijn ontstaan door de secundaire endosymbiose van een groenwier. Ze worden ook wel 'groene eugleniden' genoemd.
Ze onderscheiden zich van andere algen doordat ze hun koolstofassimilaten opslaan in een zetmeelachtig polysacharide genaamd paramylon. De chloroplasten worden omgeven door drie membranen. De meeste soorten hebben flagellen waarmee ze zich voortbewegen. Naast chloroplasten hebben de meeste ook een oogvlek (eyespot).[1]
Ecologie
[bewerken | brontekst bewerken]Euglenophyceae komen voornamelijk voor in zoet water. Ze zijn met name aanwezig in kleine, eutrofe wateren in gematigde klimaten. Soms kan grootschalige bloei optreden, bijvoorbeeld bij de soort Euglena sanguinea. Ook in zee komen ze voor, zij het in kleinere hoeveelheden. Sommige soorten zijn in staat verticaal door het zand te migreren door middel van getijden. Bepaalde Euglenophyceae kunnen een groot deel uitmaken van het mariene fytoplankton (bijvoorbeeld Rapaza en Eutreptiales) in kustwateren.[2]
Taxonomie
[bewerken | brontekst bewerken]De Euglenophyceae bestaat uit veertien geslachten, hieronder weergegeven.[3][2] De hele groep bevat ruim 1100 beschreven soorten volgens een taxonomische inventarisatie uit 2024.[4] Naast de twee fotosynthetische orden Euglenales en Eutreptiales is ook een mixotrofe soort ontdekt (Rapaza viridis) die in een eigen orde is ingedeeld (Rapazida).
- Orde Euglenales Leedale, 19673
- Familie Euglenaceae Dujardin, 1841 (793 soorten)
- Colacium Ehrenberg, 1834
- Cryptoglena Ehrenberg, 1831
- Euglena Ehrenberg, 1830
- Euglenaformis Bennett & Triemer, 2014
- Euglenaria Karnkowska, Linton & Kwiatowski, 2010
- Monomorphina Mereschkowsky, 1877
- Strombomonas Deflandre, 1930
- Trachelomonas Ehrenberg, 1834
- Familie Phacaceae Kim, Triemer & Shin, 2010 (289 soorten)
- Discoplastis Triemer, 2006
- Flexiglena Zakryś & Łukomska, 2020
- Lepocinclis Perty, 1849
- Phacus Dujardin, 1841
- Familie Euglenaceae Dujardin, 1841 (793 soorten)
- Orde Eutreptiales Leedale, 1967
- Familie Eutreptiaceae Hollande, 1942 (23 soorten)
- Eutreptia Perty, 1852
- Eutreptiella da Cunha, 1914
- Familie Eutreptiaceae Hollande, 1942 (23 soorten)
- ↑ (en) Adl SM, Bass D, Lane CE, Lukeš J, Schoch CL, Smirnov A, Agatha S, et al. (2019). Revisions to the Classification, Nomenclature, and Diversity of Eukaryotes. Journal of Eukaryotic Microbiology 66 (1): 4-119. DOI: 10.1111/JEU.12691.
- ↑ a b (en) Kostygov AY, Karnkowska A, Votýpka J, Tashyreva D, Maciszewski K, Yurchenko V, Lukeš J. (2021). Euglenozoa: taxonomy, diversity and ecology, symbioses and viruses. Open Biology 11 (3). DOI: 10.1098/RSOB.200407.
- ↑ (en) Bicudo CEdM, Menezes M. (2016). Phylogeny and Classification of Euglenophyceae: A Brief Review. Frontiers in Ecology and Evolution 4. DOI: 10.3389/fevo.2016.00017.
- ↑ (en) Guiry MD. (2024). How many species of algae are there? A reprise. Four kingdoms, 14 phyla, 63 classes and still growing. Journal of Phycology 60 (2): 214-228. DOI: 10.1111/jpy.13431.