Cryptarcus
Cryptarcus is een geslacht van plantenetende ornithischische dinosauriërs, behorende tot de Ceratopia, dat tijdens het late Krijt leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika. De enige benoemde soort is Cryptarcus russelli.

Cryptarcus is een geslacht van plantenetende ornithischische dinosauriërs, behorende tot de Ceratopia, dat tijdens het late Krijt leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika. De enige benoemde soort is Cryptarcus russelli.
Vondst en naamgeving
[bewerken | brontekst bewerken]In 1940 benoemde Charles Mortram Sternberg een Chasmosaurus russelli op basis van holotype NMC 8800, een schedel van 194 centimeter lengte die drieëndertig kilometer ten zuiden van Manyberries in Canada werd gevonden. De soortaanduiding eert Loris Shano Russell, die het stuk in 1936 opgroef bij het Onefour Research Station.

Vele jaren werd de soort als nauw verwant aan de typesoort van Chasmosaurus, C. belli, gezien of zelfs als een jonger synoniem ervan. Veel materiaal werd er aan toegewezen. In 2026 echter concludeerde een studie dat deze fossielen grotendeels uit lagen stamden die anderhalf miljoen jaar ouder waren dan het holotype. Daarbij was er de complicerende factor dat die exemplaren ook wel zijn toegewezen aan Mojoceratops. Robert B. Holmes, Jordan Cole Mallon, Michael Joseph Ryan en David Christopher Evans besloten een apart geslacht Cryptarcus te benoemen, van het Grieks kryptos, "verborgen" en het Latijn arcus, "boog", een verwijzing naar de dwarsbalk tussen de wandbeenderen en het feit dat de soort als het ware verborgen bleef in het chasmosaurusmateriaal. De typesoort is Chasmosaurus russelli. De combinatio nova is Cryptarcus russelli. Op 18 juli 2025 lokaliseerde Evans de oorspronkelijke vindplaats.
Het holotype NMC 8800 is gevonden in een laag van de onderste Dinosaur Park Formation die dateert uit het Campanien en ruim 75,017 miljoen jaar oud is. Het bestaat uit een schedel met onderkaken waarvan voornamelijk de linkerzijde bewaard is. Door Evans werd de schedel opnieuw geprepareerd waarbij oude gipsrestauraties en verflagen werden verwijderd. Het in 1940 aangewezen paratype CMNFV 8801, een schedel zonder nekschild, werd in 2026 gezien als een Chasmosaurus sp. Er werd in 2026 maar één specimen toegewezen, TMP 2013.019.0038, een stuk wandbeen, op 7 juli 2013 gevonden door Wendy Sloboda. Gewezen werd ook op specimen CMNFV 55193, een losse wenkbrauwhoorn gevonden bij Onefour. Hoewel qua herkomst en vorm een mogelijk fossiel van Cryptarcus is het er niet aan toegewezen, omdat het er geen unieke kenmerken mee deelt.
Beschrijving
[bewerken | brontekst bewerken]Grootte en onderscheidende kenmerken
[bewerken | brontekst bewerken]
De schedel van het holotype heeft een oorspronkelijke lengte van ongeveer twee meter. Gregory S. Paul schatte in 2010 de lichaamslengte op 4,3 meter, het gewicht op anderhalve ton.

De beschrijvers stelden een aantal onderscheidende kenmerken vast. Sommige daarvan zijn autapomorfieën, unieke afgeleide kenmerken, in dit geval ten opzichte van de Chasmosaurinae als geheel. De onderste achterste tak van de praemaxilla is spatelvormig en loopt niet taps toe aan het uiteinde. De bases van de episquamosalia worden naar achteren toe toenemend langer tot het voorachterste (tweede, S2) episquamosale waarna de trend onderbroken wordt met het achterste, eerste, episquamosale, de S1 duidelijk kleiner dan het tweede. Zowel het eerste als tweede epiparietale hebben lage koepelvormige profielen met lensvormige raakvlakken met het wandbeen. Het eerste en tweede epiparietale zijn vergroeid hoewel de beennaad nog zichtbaar is. De raakvlakken van de eerste epiparietalia en het binnendeel van het tweede epiparietale zijn gelegen op het bovenvlak van de achterste pariëtale balk waarbij het buitendeel van het tweede epiparietale zich over de achterrand van de balk wikkelt.

Daarnaast werd een aantal verschillen aangegeven met Chasmosaurus belli die rechtvaardigen dat het een eigen geslacht betreft. Die verschillen worden gedeeld met meer afgeleide taxa, een teken dat Cryptarcus zich later heeft afgesplitst. De pilaar vóór de oogkas is beperkt tot het palpebrale, net als bij Regaliceratops. Het nekschild is van boven bezien vooraan breder dan achteraan, gedeeld met Pentaceratops, specimen MNA Pl 1747 en Utahceratops. De achterrand van het nekschild is diep ingekeept net als bij Pentaceratops, MNA Pl 1747, Utahceratops en Agujaceratops. De gepaarde binnenste epiparetialia, de eerste, raken elkaar bijna op de middenlijn van het schild net als bij Pentaceratops, MNA Pl 1747, Utahceratops en Anchiceratops. De eerste en tweede epiparietalia (dus P1 en P2) zijn volledig gelegen in de inham in de achterrand net als bij MNAPl1747. De zijrand en bovenrand van het squamosum zijn vrijwel recht, in tegenstelling tot Agujaceratops, waar de zijrand bol is, resulterend in een breed achterste blad en de bovenrand is hol gekromd over het grootste deel van zijn lengte wat een meer opstaand nekschild oplevert.
Skelet
[bewerken | brontekst bewerken]
Volgens Sternberg was een overeenkomst tussen de chasmosaurussoorten dat de snuit zeer laag was. De beschrijvers wezen erop dat de snuit gevoelig is voor compressie en zijn hoogte dus geen betrouwbaar kenmerk vormt; die hoogte is ook nogal variabel in de Chasmosaurinae. Een andere overeenkomst zouden de korte wenkbrauwhoorns zijn. De nieuwe studie concludeerde echter dat de lengte bij Cryptarcus door beschadigingen niet exact viel vast te stellen en opnieuw bij chasmosaurinen nogal variëren, ook binnen een soort. Specimen CMNFV 55193 is daarbij vrij lang.
Een duidelijk verschil is het profiel van het nekschild. Bij Chasmosaurus belli is de achterrand vrij recht en breed, slechts een zwakke inham vormend. De voorkant is smaller. Bij Cryptarcus is juist de achterrand smaller, maar heeft een zeer diepe inham. De rand daarvan, gevorm door de wandbeenderen ofwel parietalia, wordt bezet door grote beenschubben, de epiparietalia. De binnenste en opvolgende daarvan, die geteld worden als de gepaarde eerste en tweede zijn uitzonderlijk groot en ook naar boven gericht, haaks op de rand. Het derde epiparietale stond op de schildhoek en steekt naar achteren. Meteen daarna begint de rij op het squamosum. Anders dan bij alle andere bekende chasmosaurinen is het eerste episquamosale vrij klein en is het tweede, niet het eerste, de grootste van de rij. Sternberg telde tien episquamosalia, maar de nieuwe studie kon na verwijdering van alle gips en verf er maar acht ontdekken, althans op de bewaarde linkerkant. Bij chasmosaurinen is de telling vaak asymmetrisch, binnen de soort, maar ook binnen één individu. Zulke polymorfie kan volgens de beschrijvers leiden tot de illusie dat er een aparte soort is, maar ook een echte soort verbergen binnen het variabele materiaal van een verwante soort.
Fylogenie
[bewerken | brontekst bewerken]Cryptarcus is in de Ceratopidae en meer bijzonder de Chasmosaurinae geplaatst. Ondanks de kenmerken die met Pentaceratops gedeeld worden, konden exacte cladistische analyses niet eenduidig vaststellen of Cryptarcus nu nauwer aan Pentaceratops of Chasmosaurus belli verwant is. Een combinatie van de verschillende gegevensverzamelingen leverde het volgende cladogram op.
Literatuur
[bewerken | brontekst bewerken]- Sternberg, C.M. (1940). Ceratopsidae from Alberta. Journal of Paleontology 14 (5): 468-480 (SEPM Society for Sedimentary Geology).
- (en) Holmes, Robert B., Mallon, Jordan C., Ryan, Michael J., Evans, David C. (1 januari 2026). New information on the holotype of “ Chasmosaurus ” russelli (Ornithischia: Ceratopsidae) necessitates the establishment of a new genus to receive the species. Canadian Journal of Earth Sciences 63: 1–20. ISSN:0008-4077. DOI:10.1139/cjes-2025-0031.